---
name: burgerschap-ontwerp
description: >
  Gebruik deze skill altijd wanneer gevraagd wordt om burgerschapsonderwijs te ontwerpen
  of uit te werken voor het mbo. Triggers zijn: lessenseries, losse lessen, lesopzetten,
  lesdoelen, leerlijnen, werkvormen, opdrachten, oefeningen, toetsen, examinering,
  differentiatie, en alles wat te maken heeft met het praktisch vormgeven van
  burgerschapsonderwijs op basis van de nieuwe kwalificatie-eisen. Gebruik ook wanneer
  gevraagd wordt om een les, opdracht of toets te maken voor een specifiek thema
  (A: Vrijheid & gelijkheid, B: Individu & groep, C: Maatschappijvisies &
  maatschappelijke vraagstukken, D: Macht & besluitvorming), of voor een specifieke
  doelgroep (BOL, BBL, LLO, niveau 1–4, volwassenen). Gebruik in combinatie met de
  lees-burgerschap skill voor inhoudelijke context over de kwalificatie-eisen.
---

# Skill: Burgerschapsonderwijs Ontwerpen (MBO)

Gebaseerd op: *Burgerschap in Beweging – Handreiking nieuwe kwalificatie-eisen Burgerschap*
(Expertisepunt Burgerschap / CINOP, 2025)

> **Gebruik altijd samen met de `lees-burgerschap` skill.**
> Die skill bevat de volledige inhoud van de kwalificatie-eisen (origineel én herformulering),
> de begrippen- en werkwoordenlijst, en de visie op burgerschapsonderwijs. Raadpleeg die skill
> voor de exacte tekst van een kwalificatie-eis, de uitleg van vaktermen, of de herformuleerde
> doelzinnen op B1/B2-niveau. Deze skill (`burgerschap-ontwerp`) bouwt daarop voort en richt
> zich uitsluitend op het **didactisch ontwerpen**: lessen, lessenseries, opdrachten, toetsing
> en leerlijnen.

---

## 1. Kernprincipe: constructieve afstemming

**Altijd beginnen met drie vragen:**
1. Wat moet de student kunnen of weten? → **leerdoel**
2. Hoe bereikt de student het eindniveau? → **leeractiviteit**
3. Hoe worden kennis en vaardigheden gemeten? → **toetsing**

Deze drie moeten op elkaar afgestemd zijn. Stel het ontwerp bij als één van de drie niet klopt.

> Tip voor Claude: bij elke les of lessenserie altijd expliciet alle drie benoemen in het ontwerp.

---

## 2. Wat is een burgerschapsleerdoel?

Een les over een maatschappelijk onderwerp (klimaat, financiën, gezondheid) is **nog geen** burgerschapsles.
Het wordt burgerschap wanneer studenten iets met dat onderwerp moeten in een gemeenschap:
- een discussie of conflict over hebben
- voor- en nadelen afwegen
- ethische/maatschappelijke consequenties wegen
- perspectief van een ander innemen
- tot een besluit of standpunt komen

**Van thematische les naar burgerschapsles:** voeg vragen toe als: Is dit eerlijk? Wie heeft hier baat bij? Wat kunnen we eraan doen? Wat zijn jouw handelingsmogelijkheden?

---

## 3. Opbouw van de kwalificatie-eisen (vijf componenten per thema)

Elk van de vier thema's kent vijf typen leerdoelen:

| Component | Werkwoord | Kern |
|---|---|---|
| **Kennis 1** | onderbouwen | Conceptuele kennis over het thema |
| **Kennis 2** | onderbouwen | Verdiepende kennis (mechanismen, beleid) |
| **Veranderbaarheid** | onderbouwen | Rol van maatschappelijke ontwikkelingen + invloed van mensen |
| **Ervaringen** | verkennen + relatie leggen | Eigen of andermans ervaringen koppelen aan maatschappij/beroep |
| **Standpunt & handelingsmogelijkheden** | verkennen + ontwikkelen + beschrijven | Eigen positie bepalen + democratische waarden toepassen |

Ontwerp bij voorkeur per thema leerdoelen die alle vijf componenten raken.

---

## 4. Didactische aanpakken

### 4a. Directe instructie (DI-model)
Effectief voor kennis- en vaardigheidsdoelen. Volgorde:
1. **Oriëntatie / terugblik** – activeer voorkennis
2. **Instructie** – leg nieuw concept uit
3. **Begeleide inoefening** – studenten oefenen klassikaal (docent begeleidt)
4. **Zelfstandige verwerking** – studenten werken zelfstandig
5. **Evaluatie / terugkoppeling** – gerichte feedback

> Voorbeeld: les over artikel 1 Grondwet → tweets beoordelen op discriminatie → discussie → studenten onderbouwen eigen oordeel.

### 4b. Ervaringsgericht onderwijs
Effectief voor de ervaringscomponent. Drie stappen:
1. **Oproepen** – studenten benoemen eigen ervaringen (werkvorm: korte schrijfopdracht, gesprek, stellingen)
2. **Analyseren** – benoem verschillen en overeenkomsten; hoe verhouden ervaringen zich tot democratische principes?
3. **Conclusie trekken** – studenten verklaren patronen; koppeling naar maatschappij en beroep

> Voorbeeld: bezoek Rijksmuseum over machtsverhoudingen → terugkoppelen: wie had de macht? Wie ontbreekt? Wat zien we vandaag nog?

### 4c. Van inhoud naar burgerschap
Voeg bij een bestaand vak burgerschapsvragen toe:
- Financiën → Waarom is schulden aangaan zo makkelijk? Wie verdient eraan? Hoe kan dat anders?
- Gezondheid → Is het eerlijk dat ongezond eten zo goedkoop is? Wie is verantwoordelijk?
- Techniek/bouw → Hoe zijn veiligheidsregels ontstaan? Wiens verantwoordelijkheid is handhaving?

### 4d. Controversiële onderwerpen
Tips voor de docent:
- Formuleer vooraf duidelijke leerdoelen
- Stel breed geldende normen op (niet alleen jouw eigen norm)
- Oefen geregeld zodat studenten beter worden
- Onderscheid persoon van mening; leg democratische functie van meningsvrijheid uit
- Nooit studenten als vertegenwoordiger van een groep laten spreken
- Start niet met stellingen die stereotypen versterken

---

## 5. Pedagogische uitgangspunten

### Wees eerlijk over de kloof praktijk–ideaal
Studenten herkennen hypocrisie snel. Erken dat idealen (gelijkwaardigheid, non-discriminatie) soms niet gehaald worden. Laat ook zien **dat verandering mogelijk is** – historisch en nu.

### Verander- en handelingsgeloof
Mbo-studenten hebben soms weinig vertrouwen in eigen kunnen. Laat zien dat ook zij invloed kunnen uitoefenen. Verbind dit met de veranderlijkheidscomponent en de handelingsmogelijkheden.

### Positie van studenten
Klassen zijn divers in achtergrond, kansen en ervaringen. Gebruik dit als leermateriaal: anonieme reflecties over obstakels en privileges laten zien hoe ongelijkheid werkt zonder wij-zij-denken.

---

## 6. Werkvormen (overzicht)

| Werkvorm | Geschikt voor | Toelichting |
|---|---|---|
| **Denken-Delen-Uitwisselen** | Standpunt en handelingsmogelijkheden | Individueel → tweetallen → klassikaal |
| **Directe instructie** | Kennis en vaardigheden | Zie 4a |
| **Ervaringsreflectie** | Ervaringscomponent | Zie 4b |
| **Klassikale discussie** | Controversiële onderwerpen, standpunt | Structuur + regels essentieel |
| **Debat / rollenspel** | Machtscomponent, verschillende perspectieven | Studenten spelen actoren |
| **Casus-analyse** | Alle componenten | Concrete situatie → analyseren → koppeling theorie |
| **Maatschappelijk project** | Veranderlijkheid, handelingsmogelijkheden | Studenten nemen zelf initiatief |
| **Excursie met reflectie** | Ervaringscomponent | Altijd oproepen → analyseren → conclusie |
| **Schrijfopdracht (anoniem)** | Ervaringen, positie studenten | Biedt veiligheid voor persoonlijke inbreng |
| **Onderzoeksopdracht buiten school** | BBL/volwassenen, beroepscontext | Studenten onderzoeken eigen werkplek |

---

## 7. Differentiatie

### Interne differentiatie (binnen de klas)
- Individuele leerroutes (tijdintensief; benadrukt verschillen)
- Gezamenlijke leerdoelen + gerichte aandacht voor achterblijvers (verkleint ongelijkheid; vereist goed zicht op voorkennis)

### Externe differentiatie (BOL / BBL / LLO / niveaus)
Kwalificatie-eisen bevatten **geen niveaustandaard**. De docent vertaalt naar het eigen niveau:
- Entree-studenten: eenvoudigere voorbeelden, minder abstractie
- Mbo-4: complexere casussen, meer analyse en argumentatie
- BBL/volwassenen: aanknopen bij werkervaring en levensgeschiedenisvragen

### BBL en volwassen doelgroepen – 3 strategieën
1. **Aansluiten bij werkplekleren** – koppel kwalificatie-eis aan stages, VCA, HACCP, sector
2. **Benutten levensgeschiedenis** – laat studenten reflecteren op eerdere keuzes en standpunten; zouden ze nu anders handelen?
3. **Buitenschoolse opdrachten** – onderzoek op werkplek (milieu, veiligheid, beleid) + persoonlijke vergelijking

### Vrijstelling
Eerdere leer- en werkervaring kan leiden tot gedeeltelijke of volledige vrijstelling (Examen- en kwalificatiebesluit WEB, artikel 3b).

---

## 8. Leerlijn ontwerpen – stappenplan

1. **Visie** – wat verwacht de instelling? Wat zijn de kwalificatie-eisen?
2. **Ideale leerlijn schetsen** – per thema leerdoelen formuleren (van basaal naar geavanceerd)
3. **Concrete leerdoelen formuleren** – abstract → specifiek en toetsbaar
4. **Vergelijk ideaal met praktijk** – markeer wat al bestaat, wat verhuisd kan worden, wat ontbreekt
5. **Gesprek met collega's** – draagvlak, haalbaarheidscheck
6. **Implementatie** – welke periode, welk vak, welke ondersteuning nodig?

**Leerlijnsstructuren:**
- Per thema één periode (samenhang binnen thema bewaard)
- Concentrische leerlijn (spiral curriculum): kennis/vaardigheden in opeenvolgende blokken terugkerend en verdiepend
- Maatschappelijk vraagstuk centraal (contextrijker, maar vraagt meer coördinatie)

---

## 9. Toetsing en examinering

### Principes
- Toets wat je leert (constructieve afstemming)
- Richt je op **merkbaar** leergedrag, niet alleen meetbaar
- Studenten kunnen **niet zakken** op ingenomen standpunten, opvattingen of houdingen
- Waardeer de **inspanning** (reflecteren, onderbouwen, verkennen), niet het standpunt zelf

### Vormen (vrije keuze instelling)
- Portfolio
- Schriftelijke toets
- Presentatie
- Interview
- Observatie van deelname aan discussies/projecten
- Digitaal instellingsexamen (via Coöperatie Examens MBO)

### Wat kun je toetsen per component?
| Component | Wat toets je? |
|---|---|
| Kennis | Concepten uitleggen, verbanden leggen, voorbeelden geven |
| Veranderbaarheid | Maatschappelijke ontwikkelingen koppelen aan thema's |
| Ervaringen | Kwaliteit van reflectie, koppeling aan maatschappij/beroep |
| Standpunt | Onderbouwing van standpunt met argumenten en democratische waarden |
| Handelingsmogelijkheden | Breedte en realisme van alternatieven; relatie met rechtsstaat |

### Instellingsexamen
- Scholen mogen zelf bepalen hoe ze examineren
- Coöperatie Examens MBO ontwikkelt digitale instellingsexamens burgerschap
- Vrijstellingen zijn mogelijk via het kwalificatiebesluit

---

## 10. Uitwerking per thema – structuur

Voor elke kwalificatie-eis in de vier thema's geldt de volgende drieslag:
1. **Doelzin** – wat moet de student doen/kennen/kunnen?
2. **Het gaat hierbij om** – verplichte uitwerking in onderdelen
3. **Te denken valt hierbij aan** – niet-verplichte voorbeelden

### Thema A – Vrijheid & gelijkheid
Kernspanning: pluraliteit (ruimte voor verschil) ↔ gelijkwaardigheid (gelijke behandeling)
Centrale begrippen: grondrechten, non-discriminatie, in- en uitsluiting, artikel 1 Grondwet, mensenrechten
Beroepscontextvoorbeelden: religieuze vrije dagen op school, discriminatie op de arbeidsmarkt/stage, omgang met diversiteit in het team

### Thema B – Individu & groep
Kernspanning: individuele belangen ↔ collectieve belangen
Centrale begrippen: sociale zekerheid, solidariteit, regelgeving, overheid, gemeenschap
Beroepscontextvoorbeelden: veiligheidsregels (VCA), hygiënecode (HACCP), arbeidsrecht, ondernemingsraad

### Thema C – Maatschappijvisies & maatschappelijke vraagstukken
Kernspanning: verschillende visies op hoe de samenleving ingericht moet worden
Centrale begrippen: maatschappijvisies, beleid, regelgeving, oplossingsrichtingen, maatschappelijke ordeningen
Beroepscontextvoorbeelden: duurzaamheidsbeleid op de werkplek, milieuregelgeving in de sector, sharenting in de zorg/kinderopvang

### Thema D – Macht & besluitvorming
Kernspanning: wie heeft macht, hoe wordt die begrensd?
Centrale begrippen: (mede)zeggenschap, besluitvorming, democratische en rechtsstatelijke principes, macht
Beroepscontextvoorbeelden: ondernemingsraad, inspraak in beleid, vakbond, bezwaarprocedures

---

## 11. Praktische ontwerpregels voor Claude

Bij het ontwerpen van een les, opdracht of lessenserie altijd:

1. **Vermeld het thema en de kwalificatie-eis(en)** waaraan de les bijdraagt
2. **Geef een concreet leerdoel** (niet: 'studenten leren over democratie', maar: 'studenten kunnen aan de hand van twee voorbeelden uitleggen hoe een individueel en collectief belang kunnen botsen')
3. **Kies een passende werkvorm** (zie tabel §6) en licht de keuze kort toe
4. **Beschrijf de toetsingswijze** die bij het leerdoel past
5. **Differentieer** waar gevraagd: geef aan hoe de les voor BBL/BOL of voor andere niveaus wordt aangepast
6. **Gebruik beroepscontext** – koppel het thema aan de sector/opleiding van de student waar dat mogelijk is
7. **Maak van controversiële onderwerpen leermateriaal** – niet vermijden, maar didactisch verantwoord inzetten
